Daar ben je weer, stad

Utrecht nacht

Daar ben je weer…

Terug van weggeweest. Waar was je al die tijd?
Onze Domtoren ging al in quarantaine, ingepakt en wel.

Dacht je: wat hij kan, kan ik ook? En werd je solidair?
Ja stad, we verlangen naar het moment dat die lange zijn jas uittrekt. Dat zijn grote naald (windvaan) wordt teruggeplaatst en hij de hele Utrechtse bevolking injecteert met een ‘hou van elkaar’ vaccin.


Stad, we zijn blij dat je weer tot leven komt. Maar eerlijk, ik moet je iets bekennen.
Toen je diep sliep en niemand de klinkers mocht betreden, liep ik in de nacht, met een vrijbrief op zak, naar huis.
Jouw schoonheid was prachtig en tegelijkertijd eng. Zonder het geroezemoes lukte het me beter naar je te kijken.
Ik zag zoveel dingen die me nooit eerder waren opgevallen. Puur genot. Voor even.

Na de derde nachtelijke wandeltocht raakte je me niet meer, stad. Je voelde zo leeg.
Jouw gebouwen en straten stelden steeds minder voor, hoe indrukwekkend ze ook probeerden te zijn.
Utrechters waren spoorloos. Lieve stad; mens en gebouw/straat hebben elkaar keihard nodig om jou te kunnen zijn.


Nog een dingetje stad, dan laat ik je met rust. Ik weet dat je rustig op gang moet komen en ik wil niet dat je overspannen raakt.
Daarom is het belangrijk om het over je hart te hebben. Vorige week had ik een droom. Een verdwaalde en op hol geslagen drone sneed als een mes de bovenkant van verpakking van de Domtoren los. De immense mantel gleed naar beneden. Het Domplein kon zoveel geweld niet aan dus zocht de mantel via de grachten zijn weg naar buiten. Alle auto’s werden zonder mededogen meegesleurd. En ze kwamen niet meer terug.

Jongeren weten niet beter dan dat er in het café niet gerookt mag worden. Maar auto’s stoten ook rook uit. Laat volgende generaties over de grachten lopen en fietsen, zonder dat ze hoeven uit te kijken voor de ooit zo heilige auto. Zij zullen foto’s tegenkomen van de Oude – Nieuwe – Kromme Nieuwe en- Plompetorengracht. Vol verbazing dat al die tonnen staal een eeuw lang de onderliggende werfkelders konden kwetsen.

Jij en ik zijn hier geboren, stad. Zo graag had ik je in mijn rugzak gestopt om je mee te nemen naar de plaats van onze grondleggers: Rome. Dan had je met eigen ogen kunnen zien hoe mooi een antieke binnenstad is zónder auto’s.

Jelle

Delen

Share on facebook
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Meer verhalen

Utrecht nacht

Daar ben je weer, stad

Daar ben je weer… Terug van weggeweest. Waar was je al die tijd?Onze Domtoren ging al in quarantaine, ingepakt en wel. Dacht je: wat hij

Lieve horeca,

De horeca. Je kunt er eigenlijk nooit écht afscheid van nemen. Noreen Kaland schrijft in haar column over haar liefde voor de horeca.

De Tien Horeca Geboden

Jullie zitten nog geen vijf minuten of je kunt al door de grond zakken van plaatsvervangende schaamte door het gedrag van je tafelgenoot. In deze column van Noreen Kaland tien dingen die je beter niet kunt zeggen of doen in de horeca.